Spoedgevallendienst campus Henri Serruys

De spoedgevallendienst binnen elk ziekenhuis blijft een aparte eenheid met een eigen dynamiek en uitstraling. Getuige daarvan de talrijke televisieseries die al velen aangezet hebben tot het kiezen van een beroep in de zorgsector. Maar ondanks alles blijft het een dagdagelijkse opdracht om in niet altijd evidente omstandigheden een optimale en accurate zorg te verlenen.

Wie zijn we?

De ganse ploeg bestaat uit 6 spoedartsen, een hoofdverpleegkundige die de groep van samen 23 voltijdse verpleegkundigen, elk met een bijzondere beroepstitel, aanstuurt en 1,8 fulltime equivalenten administratieve medewerkers.

Wat doen we?

De spoedgevallendienst staat 24 uur op 24 paraat om de medische acute zorg te verlenen. Bovendien is er nog de MUG-hulpverlening, die zoals in nog vele grotere steden, beurtelings georganiseerd wordt door de verschillende ziekenhuizen. De patiënten melden zich op de spoedgevallendienst aan, maar dit is niet gelijk verdeeld: per dag, per week, per trimester, per vakantieperiode (en dit zeker in toeristische centra) zijn er pieken. Dit hangt samen met het ter beschikking zijn van alternatieven in aanbod van medische zorg op dat ogenblik, bepaalde weersomstandigheden, acute ziekte-epidemieën of ook zware ongevallen. Het is dan ook op deze piekmomenten dat een spoedafdeling zijn zorg via een optimaal werkende organisatie moet kunnen verzekeren. Dit proces start met een beoordeling per patiënt van de benodigde zorg en de dringendheid bij de intake.

Het aangewende Frans-Canadees triagesysteem bevat vijf categorieën volgens de ernstgraad. Voor kinderen is de triage aangepast aan de pediatrische noden. In functie van deze triage wordt de patiënt toegewezen aan een van de drie zones, waarvan een fast track zone. Twee zones omvatten elk een reanimatiezaal, twee onderzoeksboxen en twee nachtbedden. Per zone is er een verpleegkundige. De fast track zone bestaat uit de gipskamer en de wachtzaal. Bij de intake gebeurt de systematische opmeting van alle medische parameters, en de eerste kritieke zorg wordt toegediend door de zoneverpleegkundigen. Deze blijven het aanspreekpunt voor de patiënt en zijn familie gedurende het verblijf op de spoed.
Aansluitend is er het klinisch onderzoek door de spoedarts die een onderzoeksplan en een voorlopig behandelplan opstelt. De verpleegkundige en medische handelingen worden genoteerd in het spoeddossier, en ondertussen worden ook de administratieve en patiëntengegevens genoteerd voor het administratieve dossier. Indien nodig wordt een beroep gedaan op de artsen-specialisten. De beschikbaarheid van medische diensten die de nodige onderzoeken vlot kunnen uitvoeren, is belangrijk, zodat de spoedarts de juiste diagnose kan stellen. Naargelang de resultaten en verdere noodzakelijke (be)handelingen wordt de patiënt opgenomen per medisch specialisme op de afdeling of wordt de patiënt ontslagen met verdere follow-up door de huisarts. Indien de toestand van de patiënt een meer specialistische zorg vereist, wordt het spoeddossier besproken met de collega's van de spoeddienst op de campus Sint-Jan te Brugge. In overleg kan er besloten worden om de patiënt over te brengen.
Na het toedienen van de eerste zorgen op spoed, volgt evenwel nog een belangrijke opdracht: de correcte commu nicatie naar de arts die de patiënt verder zal opvolgen.
De spoedgevallendienst besteedt hier bewust veel aandacht aan, opdat dit kwalitatief zou gebeuren. Bij ontslag naar de afdeling wordt een telefonische overdracht gehouden waarop alle uitgevoerde handelingen op spoed worden toegelicht en de aandachtspunten worden geaccentueerd. Het afgewerkte spoeddossier wordt ter inzage meegegeven naar de afdeling, als onderdeel van het verpleegdossier. Zoals bij elke opname ontvangt de huisarts een brief en indien noodzakelijk wordt ook telefonisch toelichting gegeven door de spoedarts.

Ook als de patiënt onmiddellijk naar huis mag, stuurt de spoedarts een brief naar de huisarts of geeft die mee aan de patiënt. Ook de patiënt zelf wordt uitvoerig ingelicht door de spoedarts over het verder verloop van zijn genezingsproces en de te volgen stappen. Indien verdere opvolging door een arts-specialist noodzakelijk is, wordt telefonisch al een afspraak geregeld.

Wat zijn onze realisaties?

Organisatorisch is in de loop der jaren het besef gegroeid dat een goede collegiale samenwerking een belangrijke voorwaarde is voor een perfect werkende dienst: de spoedartsen hebben zich geassocieerd, hebben geregeld overleg en het diensthoofd onderhoudt de contacten met de directie en met de andere disciplines. Elke arts neemt regelmatig deel aan congressen en seminaries om op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen. De hoofdverpleegkundige geeft - waar nodig - ondersteuning, begeleidt en coacht de medewerkers en zorgt voor een bemoedigend leerklimaat. Voor het spoedteam zijn er dan ook regelmatig opleidingen.

Agressie lijkt inherent aan de werking van een spoeddienst, al neemt dit jaarlijks toe. Daarom werd er een stil alarm met externe melding aan de politie geïnstalleerd, en een mogelijkheid tot afsluiting van de spoedafdeling.

Jaarlijks zijn er ongeveer 20.000 patiëntencontacten. De meest opvallende evolutie van de voorbije vijf jaren is het wisselend aantal contacten met de laagste zwaartegraad: na een daling in 2008-2009 naar aanleiding van het aanrekenen van een spoedforfait, is dit na de afschaffing ervan opnieuw gecorrigeerd en - wellicht als gevolg van de economische situatie - in 2011 en 2012 nog in aantal toegenomen. Opvallend is ook dat er nog steeds veel contacten met de hoogste zwaartegraad zijn, en dit ondanks het dalen van het aantal polytrauma's door minder zware verkeersongevallen. Wellicht is dit te wijten aan een grotere aanwezigheid van oudere bevolkingsgroepen aan de kust.

 

Marc Vermeire

Financieel directeur